Change Log¶
Change Log v0.8.1¶
Van: versie 0.7.2 (juli 2026) → Naar: versie 0.8.1 (september 2026)
Dit is geen uitputtende opsomming van iedere gewijzigde zin, maar een overzicht van wat er conceptueel en structureel is veranderd, per hoofdstuk/paragraaf.
Samenvatting in één oogopslag¶
| Onderdeel | Aard van de wijziging | Details |
|---|---|---|
| Positionering PSA | PSA duidelijker gepositioneerd tussen Globaal Ontwerp en technische uitwerking | detailbeschrijving |
| Terminologie | Naamgeving gelijkgetrokken met het Globaal Ontwerp | detailbeschrijving |
| Vertrekpunt Globaal Ontwerp | Uitgebreide oplossingsbeschrijving vervangen door architectuurconsequenties en duidelijke documentafbakening | detailbeschrijving |
| Architectuurprincipes | Sterk compacter en normerender gemaakt; principes P-01 t/m P-16 behouden | detailbeschrijving |
| Ontwerpprincipes | Sterk vereenvoudigd en technologieneutraler gemaakt; concrete implementatiekeuzes teruggebracht | detailbeschrijving |
| Interactiepatronen | Procesbeschrijvingen en diagrammen verplaatst naar het Globaal Ontwerp; PSA legt vooral eisen en relaties met stelselfuncties vast | detailbeschrijving |
| Generieke functies | Volledig herschreven als normerende eisen voor F1 t/m F8, met expliciete koppeling naar stelselfuncties | detailbeschrijving |
| Stelselfuncties | Uitwerking S01 t/m S11 geharmoniseerd en productonafhankelijk gemaakt | detailbeschrijving |
| Realisatiestrategie | Van concrete component-/implementatiematrix naar werkpakketten, afhankelijkheden en landing in bestaande stelsels | detailbeschrijving |
| Open vraagstukken | Losse vragen en voorlopige ontwerpkeuzes vervangen door een gestructureerd besluitregister | detailbeschrijving |
Algemeen / opzet¶
- De rol van de PSA binnen de totale GBO-documentatie is expliciet gemaakt. Het Globaal Ontwerp is leidend voor oplossingsrichting, interactiepatronen en de functionele hoofdindeling; de PSA is leidend voor de normerende architectuureisen aan de verdere uitwerking.
- Een nieuwe paragraaf Documenthiërarchie beschrijft de verhouding tussen context, Globaal Ontwerp, PSA, Technisch Ontwerp, Technische Requirements en de semantische uitwerking.
-
De scope is aangescherpt. De PSA beschrijft vooral:
- normerende eisen aan de generieke functies;
- afspraken, standaarden en functionele voorzieningen voor de stelselfuncties;
- verantwoordelijkheden en beheerkeuzes;
- open juridische, organisatorische en technische besluiten.
-
Beschrijvingen die al in het Globaal Ontwerp staan worden zoveel mogelijk niet meer herhaald.
- De PSA schrijft explicieter geen producten, leveranciers of referentie-implementaties voor. Concrete technische componentontwerpen horen thuis in het Technisch Ontwerp en de Technische Requirements.
- De terminologie is gelijkgetrokken met het Globaal Ontwerp. Onder andere EUDI-Wallet, PubEAA-verstrekker, Authentic Source Interface (ASI), ASI-provider, Basisinrichting OOTS, OOTS-V, OOTS-adapter, bronontsluiting-API, dienstencatalogus, toestemmingsvoorziening, toestemmingsregister en GBO-vertaallaag worden nu consequent gebruikt.
- Specifieke implementaties, pilots en producten worden waar mogelijk niet meer als architectuurkeuze genoemd. Verwijzingen naar bijvoorbeeld specifieke policy-engines en referentie-implementaties zijn verwijderd of technologieneutraal gemaakt.
-
De hoofdstuknamen zijn aangepast om beter aan te sluiten op hun nieuwe functie:
- "Oplossingsrichting" → Vertrekpunt uit het globaal ontwerp;
- "Logische architectuur" → Generieke functies;
- "Open vragen en ontwerpkeuzes" → Open besluiten.
Vertrekpunt uit het globaal ontwerp¶
- De uitgebreide beschrijving van de voorgestelde oplossingsrichting is verwijderd. Hiervoor wordt voortaan verwezen naar hoofdstuk 2 van het Globaal Ontwerp.
- De eerdere technische beschrijving van FSC, GraphQL, PBAC, centrale voorzieningen en adapters is vervangen door een overzicht van de architectuurconsequenties van het Globaal Ontwerp.
- Een nieuwe tabel koppelt deze architectuurconsequenties expliciet aan de onderdelen van de PSA waarin zij normerend worden uitgewerkt.
-
De afbakening tussen Globaal Ontwerp en PSA is expliciet gemaakt:
- het Globaal Ontwerp bepaalt de gekozen oplossingsrichting en interactiepatronen;
- de PSA bepaalt principes, normerende eisen, afspraken, standaarden, verantwoordelijkheden en open architectuurbesluiten.
-
De passage over bestaande afsprakenstelsels is aangescherpt: GBO richt geen zelfstandig nieuw afsprakenstelsel in. Nieuwe afspraken, standaarden en voorzieningen moeten zoveel mogelijk landen in bestaande governance- en beheerstructuren.
- Voor tijdelijke project- en pilotvoorzieningen zijn expliciete voorwaarden toegevoegd voor overgang naar productie, waaronder eigenaarschap, afsprakenbeheer, standaardbeheer, operationeel beheer, continuïteit, financiering en toezicht.
- Illustratieve toekomstige gegevensstromen en bijbehorende diagrammen zijn uit dit hoofdstuk verwijderd.
Architectuurprincipes¶
- De zestien architectuurprincipes P-01 t/m P-16 zijn behouden, maar de uitwerking is sterk vereenvoudigd.
- De oude indeling per juridisch of beleidskader met uitgebreide achtergrondteksten en afzonderlijke bronlijsten is vervangen door één overzichtelijke tabel.
-
Per principe wordt nu direct vastgelegd:
- het principe;
- de concrete consequentie voor GBO;
- het primaire wettelijke of architectuurkader.
-
De principes zijn daarmee meer normerend en minder beschrijvend geworden.
-
De formuleringen zijn aangescherpt op onder andere:
- controleerbare grondslag en doelbinding;
- selectieve gegevensuitvraag en dataminimalisatie;
- voorkomen van BSN-verwerking door onbevoegde afnemers;
- ondersteuning van EUDI-Wallet, verificatie en retrieval;
- toelating en trust anchors;
- hergebruik van gegevens bij de bron;
- product- en leveranciersonafhankelijkheid;
- ketenbrede herleidbaarheid;
- transparantie voor burgers;
- scheiding tussen generieke en domeinspecifieke verantwoordelijkheid.
-
Een nieuwe paragraaf Toepassing beschrijft hoe de principes worden gebruikt bij afspraken, standaarden, voorzieningen, aansluitvoorwaarden en architectuurbesluiten.
- Afwijkingen van principes moeten voortaan expliciet als architectuurbesluit worden vastgelegd.
Ontwerpprincipes¶
- De ontwerpprincipes D-01 t/m D-14 zijn behouden, maar de uitgebreide beschrijvingen, voorbeelden en productspecifieke uitwerkingen zijn vervangen door een compacte tabel met normerende toepassing voor GBO.
- Het onderscheid tussen principe, betekenis, GBO-toelichting en bronnen is teruggebracht tot de essentie.
- De principes leggen nu nadrukkelijker vast welke eisen gelden, zonder de technische implementatie voor te schrijven.
- "Gebruik landelijke GDI-bouwstenen" is verbreed naar hergebruik van generieke GDI-, FDS-, eIDAS- en OOTS-bouwstenen.
- Het principe rond API's is technologieneutraler gemaakt. GraphQL blijft de voorgestelde invulling voor selectieve bronontsluiting, maar alternatieven zijn toegestaan als zij aan dezelfde eisen voor selectie, beveiliging, autorisatie, schema's en audit voldoen.
- De eerdere uitgebreide vergelijking tussen REST en GraphQL is verwijderd.
-
Een nieuwe paragraaf Aanvullende eisen voor de bronontsluiting-API legt technologieonafhankelijke eisen vast voor onder meer:
- vooraf toegestane gegevensvragen;
- dataminimalisatie;
- autorisatie op gegevensniveau;
- versieerbare schema's;
- authenticatie en beveiliging;
- logging en foutafhandeling;
- ondersteuning van bronhouders via de GBO-vertaallaag.
Interactiepatronen¶
- De uitgebreide procesbeschrijvingen en sequencediagrammen voor de drie interactiepatronen zijn uit de PSA verwijderd en staan voortaan alleen in het Globaal Ontwerp.
-
De PSA bevat nu een compacte tabel voor:
- Patroon A — Burger gebruikt EUDI-Wallet;
- Patroon B — Grensoverschrijdend verzoek via OOTS;
- Patroon C — Gegevensverzoek private dienstverlener.
-
Per patroon worden de relevante stelselfuncties en de belangrijkste PSA-aandachtspunten benoemd.
- Voor EUDI-Wallet zijn de verantwoordelijkheden rond bronhouder, PubEAA-verstrekker, ASI-provider en QTSP explicieter gemaakt.
- Voor OOTS is duidelijker vastgelegd dat de GBO-oplossing aansluit op de Basisinrichting OOTS en OOTS-V, terwijl Europese transport- en procesfuncties buiten de generieke bronontsluiting blijven.
- Voor DvTP ligt meer nadruk op juridische grondslag, toestemming, pseudonimisering, toelating van private dienstverleners en registratie van diensten en toegestane gegevensvragen.
-
Een nieuwe paragraaf Gemeenschappelijke eisen legt eisen vast die voor alle interactiepatronen gelden, waaronder:
- geen patroon- of afnemerspecifiek bronkoppelvlak;
- uniforme toetsing van identiteit, grondslag, doel en gegevensvraag;
- hergebruik van dezelfde generieke autorisatieketen;
- expliciete protocol- en semantische transformaties;
- ketenbrede herleidbaarheid;
- patroonafhankelijke logica als configuratie, beleid of mapping in plaats van hardgecodeerde bronlogica.
Generieke functies¶
- Het hoofdstuk Logische architectuur is vervangen door Generieke functies.
- Het logische architectuurdiagram en de uitgebreide duplicatie van functionele beschrijvingen zijn verwijderd. Hiervoor wordt verwezen naar het Globaal Ontwerp.
- Voor alle acht generieke functies F1 t/m F8 zijn nu expliciete normerende eisen opgenomen.
- F1 — Identiteit & Vertrouwen is uitgebreid met duidelijk onderscheid tussen identiteit, rol, hoedanigheid, vertegenwoordiging en bevoegdheid. Ook identity matching en pseudonimisering zijn scherper afgebakend.
- F2 — Toegang & Interactie concentreert zich op eisen aan burgerinteractie, toestemming, actuele controle en toegang van organisaties.
- F3 — Gegevensvoorziening legt één herbruikbare bronontsluiting, selectieve bevraging, externe adapters en de optionele GBO-vertaallaag vast.
- F4 — Semantiek & Eenheid van Taal legt meer nadruk op beheerde begrippen, modellen, schema's, mappings en versiebeheer.
- F5 — Gegevenskwaliteit & Validatie bevat eisen aan kwaliteit, herkomst, validatie en terugmelding van fouten; voor OOTS is terugmelding expliciet uitgezonderd.
- F6 — Grondslag & Beleid is technologieneutraal gemaakt: beleid moet machineleesbaar, testbaar en versieerbaar zijn, maar is niet meer gekoppeld aan één policy-engine of taal.
- F7 — Orkestratie & Integratie stelt nu expliciet dat voor de huidige interactiepatronen geen afzonderlijke centrale procesorkestratie nodig is. De nadruk ligt op adapters, mappings, foutafhandeling en afzonderlijke bronverzoeken.
- F8 — Beheer & Continuïteit is uitgebreid met expliciete eisen rond eigenaarschap, beheer, serviceniveaus, continuïteit, SPOF's, monitoring, versiebeheer en overdracht van tijdelijke projectvoorzieningen.
- Een nieuwe tabel legt de relatie tussen F1 t/m F8 en S01 t/m S11 expliciet vast.
Stelselfuncties¶
Het hoofdstuk met stelselfuncties is inhoudelijk en structureel sterk herwerkt.
-
Alle stelselfuncties S01 t/m S11 hebben nu een uniforme opbouw:
- doel;
- normerende eisen;
- afspraken en standaarden;
- functionele voorzieningen;
- verantwoordelijkheden, waar relevant;
- open besluiten.
-
De oude nadruk op concrete producten, referentie-implementaties, "beschikbaar/nog te realiseren" en specifieke beheerproducten is teruggebracht.
- Een voorziening wordt expliciet als een functionele component beschreven; de PSA schrijft geen product of specifieke implementatie voor.
- Een nieuw totaaloverzicht koppelt iedere stelselfunctie aan de bijbehorende generieke functies.
Belangrijkste inhoudelijke wijzigingen per stelselfunctie:
-
S01 — Toestemmingsregistratie
- naamgeving aangescherpt;
- eisen aan toestemmingsrecords, actualiteit, intrekking en bewaartermijnen explicieter;
- centrale versus federatieve inrichting is een open besluit;
- PIP-profiel en governance expliciet benoemd.
-
S02 — Toestemmingsportaal
- nadruk op begrijpelijkheid, toegankelijkheid, vrijwilligheid en een gelijkwaardig alternatief;
- centrale voorziening is niet meer als vanzelfsprekende implementatie voorgeschreven;
- meerdere interoperabele portalen blijven mogelijk.
-
S03 — Burgeridentificatie & Pseudonimisering
- scherper onderscheid tussen identificatie, pseudonimisering en autorisatie;
- identity matching voor buitenlandse of walletidentiteiten explicieter uitgewerkt;
- concrete implementatiekeuzes vervangen door functionele eisen aan een erkende pseudonimiseringsvoorziening.
-
S04 — Organisatie-authenticatie & Vertrouwensstelsel
- uitgebreid met vertegenwoordiging en bevoegdheidsbewijzen;
- onderscheid tussen technische identiteit, juridische organisatie, rol en bevoegdheid expliciet gemaakt;
- toelating, schorsing, beëindiging en periodieke herbeoordeling toegevoegd.
-
S05 — Autorisatie
- productonafhankelijk geformuleerd;
- PEP/PDP of functioneel gelijkwaardige scheiding blijft de basis;
- autorisatie betrekt afnemer, dienst, doel, grondslag, gegevensscope en context;
- vertegenwoordiging en bevoegdheid worden onderdeel van de autorisatiecontext;
- centrale, decentrale en hybride PDP-inrichtingen blijven mogelijk.
-
S06 — Beleidsbeheer & -distributie
- directe afhankelijkheid van specifieke policy-engines en distributieproducten verwijderd;
- beleid moet machineleesbaar, versieerbaar, testbaar en productonafhankelijk zijn;
- governance voor schrijven, goedkeuren, publiceren, activeren en terugrollen van beleid is expliciet gemaakt.
-
S07 — Gegevensontsluiting
- Query Catalogus / Query Template Registry vervangen door dienstencatalogus;
- GraphQL is een voorgestelde invulling in plaats van een verplichte technologiekeuze;
- de GBO-vertaallaag is expliciet optioneel en vervangbaar;
- nieuwe diensten moeten primair via schema's, dienstregistratie en beleid kunnen worden toegevoegd.
-
S08 — OOTS-adapter
- duidelijker gekoppeld aan Basisinrichting OOTS en OOTS-V;
- Europese transport-, discovery- en procesfuncties worden bij de Basisinrichting OOTS belegd;
- GBO concentreert zich op bronontsluiting, autorisatie, logging en semantische mapping;
- de precieze grens tussen OOTS-V, adapter en mapping is als open besluit benoemd.
-
S09 — Logging, Audit & Traceerbaarheid
- nadruk verschoven van specifieke loggingproducten naar ketenbrede functionele eisen;
- decentrale logging en federatieve correlatie zijn het uitgangspunt;
- centrale aggregatie is alleen toegestaan als noodzaak en privacygrondslag zijn aangetoond;
- LDV en tracecontext worden als te profileren standaarden benoemd.
-
S10 — Semantiek & Gegevenscatalogus
- inhoudelijke verantwoordelijkheid explicieter bij bronhouders en domeinen gelegd;
- gemeenschappelijke kaders gelden voor begrippen, schema's, kwaliteit, mappings en versiebeheer;
- mappings naar OOTS-EDM en attestatieschema's worden expliciet beheerd;
- ook begrippen rond rol, vertegenwoordiging en bevoegdheid vallen waar nodig onder semantische governance;
- terugmelding van fouten of vermoedelijke onjuistheden is als afzonderlijk vraagstuk toegevoegd.
-
S11 — Attesteringsuitgifte
- rolverdeling tussen bronhouder, PubEAA-verstrekker, ASI-provider en QTSP aangescherpt;
- ASI omvat verify- en waar toegestaan retrievefuncties;
- centrale, decentrale en federatieve inrichtingsvarianten blijven expliciet mogelijk;
- verantwoordelijkheden voor signing, status, intrekking, attestatieschema's en rulebooks zijn uitgebreider beschreven.
-
De afsluitende gaptabel is vereenvoudigd. In plaats van vooral concrete producten en implementatiestatussen wordt nu per stelselfunctie onderscheid gemaakt tussen:
- juridische of bestuurlijke gaps;
- standaardisatie- of realisatiegaps.
Realisatiestrategie¶
- De realisatiestrategie is opnieuw opgebouwd rond het uitgangspunt dat GBO geen zelfstandig nieuw afsprakenstelsel of structurele GBO-beheerorganisatie vormt.
- Tijdelijke projectvoorzieningen en referentiecomponenten zijn toegestaan voor pilots, maar voor productie zijn expliciete eigenaarschap-, beheer-, continuïteits-, financierings- en exitafspraken vereist.
-
De realisatie is opnieuw ingedeeld in vier samenhangende werkpakketten:
- GBO-basis;
- EUDI-Wallet;
- OOTS;
- DvTP.
-
Per werkpakket worden nu de betrokken stelselfuncties, belangrijkste resultaten en afhankelijkheden benoemd.
- De oude gedetailleerde matrices met specifieke producten en referentie-implementaties zijn vervangen door functionele resultaten en te maken afspraken en standaarden.
- Voor GBO-basis ligt de nadruk op bronontsluiting, dienstencatalogus, autorisatie, policy-governance, logging en semantische kaders.
- Voor EUDI-Wallet worden meerdere uitgiftemodellen expliciet ondersteund: bronhouder-eigen PubEAA-uitgifte, gedeelde uitgifte en QEAA-uitgifte door QTSP's via een ASI-provider.
- Voor OOTS is de afbakening met de Basisinrichting OOTS explicieter gemaakt.
- Voor DvTP zijn de wettelijke randvoorwaarden, toezicht, pseudonimisering, toelating en toestemmingsvoorziening nadrukkelijker als afhankelijkheden opgenomen.
- Een nieuwe uitwerking van de impact op betrokken partijen beschrijft de gevolgen voor bronhouders, QTSP's, de Basisinrichting OOTS en private dienstverleners.
- Een nieuwe tabel Landing in bestaande stelsels en beheerorganisaties geeft per beheerobject de beoogde governance, beheer- of uitvoeringsrichting en het nog te nemen besluit.
-
Een expliciete fasering is toegevoegd:
- kaders vaststellen;
- profielen ontwerpen;
- beproeven;
- standaardiseren en beleggen;
- productierijp maken;
- overdragen en opschalen.
Open besluiten¶
- Het oude hoofdstuk Vraagstukken en ontwerpkeuzes, met losse inhoudelijke vragen en voorlopige ontwerpkeuzes, is vervangen door Open besluiten.
- De open vraagstukken zijn geconsolideerd in een gestructureerd besluitregister.
-
Ieder besluit heeft:
- een uniek ID;
- onderwerp;
- betrokken stelselfuncties;
- de te nemen beslissing;
- een voorkeursrichting vanuit de huidige PSA;
- de relevante beslissende of coördinerende partijen.
-
Het besluitregister bevat onder andere besluiten over:
- governance van GBO-afspraken;
- het API-profiel van de bronontsluiting;
- de dienstencatalogus;
- PDP-inrichting;
- policy-governance;
- toestemming bij DvTP;
- pseudonieme identiteit;
- identity matching;
- het vertrouwensstelsel voor private partijen;
- logging en burgerinzage;
- semantische governance;
- functiegrenzen rond OOTS;
- PubEAA-uitgifte;
- ASI-providers;
- start van attestatie-uitgifte;
- de GBO-vertaallaag;
- beheer van referentiecomponenten;
- terugmelden van fouten;
- vertegenwoordiging en bevoegdheidsbewijzen.
-
Voor besluitvorming is een vaste ADR-werkwijze (Architecture Decision Record) toegevoegd.
- Een besluit geldt pas als afgerond wanneer de uitkomst ook is verwerkt in de relevante PSA-paragraaf en, indien nodig, in het Globaal Ontwerp en de technische of semantische documentatie.