Ga naar inhoud

Naamgeving

Deze pagina beschrijft de naamgevingsconventies voor modelelementen en URI-paden in GBO-Semantiek. Naamgeving is een concrete uitwerking van het ontwerpprincipe S-02 FAIR als basisraamwerk en het informatiemodel-principe van hergebruik en betekenisvolle definities.

Naamgeving heeft directe invloed op leesbaarheid, herbruikbaarheid en interoperabiliteit. Consistente conventies voorkomen dat hetzelfde begrip onder verschillende namen voorkomt, en maken modellen makkelijker te begrijpen voor domeinexperts.

Naamgeving conform MIM

Het informatiemodel volgt de naamgevingsconventies van MIM:

MIM-element Conventie Voorbeeld
Objecttype UpperCamelCase, enkelvoud, zelfstandig naamwoord NatuurlijkPersoon, Zaak
Attribuutsoort lowerCamelCase, zelfstandig naamwoord geboortedatum, postcode
Relatiesoort lowerCamelCase, werkwoord of samenstelling heeftAlsAdres, isVan
Relatierol lowerCamelCase, zelfstandig naamwoord adres, eigenaar
Gegevensgroeptype UpperCamelCase, enkelvoud Contactgegevens
Enumeratie UpperCamelCase, enkelvoud Geslachtsaanduiding
Enumeratiewaarde Zoals in de bron gedefinieerd man, vrouw, onbekend

Aanvullend:

  • Definities zijn in het Nederlands en gekoppeld aan het begrippenkader
  • Namen zijn betekenisvol en herkenbaar voor domeinexperts, geen afkortingen of technische codes
  • Namen zijn stabiel na publicatie; wijzigingen worden opgevangen met owl:sameAs

Naamgeving in URI-paden

In URI-paden gelden aanvullende conventies die aansluiten bij de URI-strategie:

  • URI-paden gebruiken lowercase voor padsegmenten die het artefacttype aanduiden (bijv. /ontologie/, /begrippen/, /id/)
  • Namen van klassen en properties in de URI volgen de MIM-conventies (CamelCase, lowerCamelCase)
  • URI's bevatten geen bestandsextensies, versie-indicatoren of technische ID's
  • URI-paden zijn leesbaar en betekenisvol (bijv. /ontologie/Zaak in plaats van /id/a4f2)

Meertaligheid

GBO-Semantiek is primair Nederlandstalig. Waar labels en definities in meerdere talen beschikbaar zijn, wordt dit vastgelegd via @lang-tagged literals (bijv. "Zaak"@nl, "Case"@en). De URI zelf blijft taalonafhankelijk en gebruikt de Nederlandse voorkeursterm als basis.