GBO-Voorzieningenmodel¶
Het voorzieningenmodel beschrijft de uitwisseling: wie vraagt gegevens op, op
welke juridische grondslag, en wat er teruggeleverd wordt. Het staat naast het
inhoudelijke kernmodel, dat beschrijft welke gegevens er in de registraties
zitten. De canonieke bron is het LinkML-schema voorzieningen.yaml, in de
modelbron onder publicatie/linkml/ en gepubliceerd onder
v0.4/informatiemodel/linkml/.
Het model heeft een eigen ontologie-namespace,
https://lod.gbo-semantiek.nl/voorzieningen/ (prefix gbovz:), en wordt als
eigen artefact gepubliceerd: GBO-Voorzieningen.ttl en
GBO-Voorzieningen-Shapes.ttl. De klassen verwijzen via skos:exactMatch naar
hun begrip in het begrippenkader; ontologie en begrippenkader blijven zo
gescheiden documenten.
Afbakening
Begrippen (definities, labels, relaties tussen termen) worden niet hier
beheerd maar in het begrippenkader. Elk objecttype verwijst via
exact_mappings naar precies een begrip.
Uitgangspunt: kanaal-neutraliteit¶
De GBO PSA onderscheidt drie interactiepatronen. Het model moet alle drie kunnen dragen zonder dat een van de drie in de structuur is ingebakken.
| Patroon | Initiator | Ontvanger | Grondslag | Leveringsvorm |
|---|---|---|---|---|
| Wallet-attestatie | Betrokkene | Betrokkene (wallet) | Toestemming | Attestatie (PubEAA of QEAA) |
| OOTS-evidence | EU-overheidsdienst | EU-overheidsdienst | Wettelijke verplichting | Evidence |
| Toestemming private partij | Dienstverlener | Dienstverlener | Toestemming | Gegevensset |
Drie ontwerpkeuzes volgen hieruit:
- Wie initieert, is een rol en geen vast objecttype. Een
Gegevensverzoekverwijst naar eenRol, niet naar eenDienstverlener. Daarmee kan de betrokkene zelf, een dienstverlener of een EU-overheidsdienst het verzoek starten. - Toestemming is een soort grondslag, niet de grondslag.
Grondslagis het supertype;ToestemmingenWettelijkeVerplichtingzijn de twee vormen. Een verzoek verwijst naar precies een grondslag. - Wat geleverd wordt, is een eigen objecttype.
LeveringmetGegevensset,AttestatieenEvidenceals subtypes, plus eenMappingdie vastlegt hoe brongegevens naar de leveringsvorm zijn omgezet.
Een nieuw kanaal is daarmee een nieuw voorkomen van Interactiepatroon en geen
modelwijziging.
Objecttypen en relaties¶
Toelichting objecttypen¶
Actoren¶
Rol is de functie die een partij in een specifieke context vervult. Rol staat
los van Partij uit het kernmodel: een partij is een rechtsdragend subject, een
rol is wat die partij in een bepaalde context doet. Dezelfde niet-natuurlijke
persoon kan tegelijk dienstverlener zijn in het ene verzoek en afnemer in het
andere. Door rol en partij gescheiden te houden vermijdt het model een wildgroei
aan subtypes van Partij voor elke actor die een nieuw kanaal introduceert.
De rolsoorten zijn Betrokkene, Bronhouder, Dienstverlener, Afnemer,
QTSP, PubEAAProvider, EUOverheidsdienst, Toestemmingsvoorziening en
Pseudonimiseringsdienst.
Betrokkene¶
Betrokkene is de natuurlijke persoon om wiens gegevens het gaat, en is abstract. Burger is de Nederlandse variant, altijd identificeerbaar met een BSN; private dienstverleners ontvangen nooit dat BSN maar een pseudoniem van de pseudonimiseringsdienst. BuitenlandseBetrokkene is de OOTS-variant: een persoon die door een EU-overheidsdienst is geidentificeerd en die geen BSN hoeft te hebben. Het koppelen van die identiteit aan een Nederlandse registratie gebeurt via identity matching; dat proces is een voorziening, hier is alleen het resultaat vastgelegd.
Grondslag¶
Grondslag is de juridische basis voor uitwisseling en is abstract.
Toestemming is het expliciete akkoord van de betrokkene, gebonden aan een
scope en een geldigheidsduur, en niet overdraagbaar. De aanvrager is een Rol en
geen Dienstverlener, omdat in het wallet-patroon een QTSP of PubEAA-provider de
toestemming vraagt. WettelijkeVerplichting is de grondslag in het
OOTS-patroon: de SDG-verordening verplicht tot verstrekking op verzoek van een
bevoegde EU-overheidsdienst, zonder toestemming.
Aanbod¶
Gegevenselement is de kleinste adresseerbare eenheid van data en verwijst via
begrip naar precies een begrip in het begrippenkader. Bron is een
registratie bij een bronhouder. Dienst is een afgebakend doel waarvoor
gegevens mogen worden opgevraagd, met een maximale scope. Scope is een
benoemde verzameling gegevenselementen; een afnemer kan een kleinere scope vragen
dan de maximale (dataminimalisatie). Dienstencatalogus is het register van
diensten, nadrukkelijk niet van losse gegevens.
Verzoek en levering¶
Interactiepatroon legt per kanaal vast wie initieert, wie ontvangt, welke grondslag geldt en welke leveringsvorm hoort. Door dit als objecttype te expliciteren liggen de verschillen tussen de kanalen vast in gegevens in plaats van in de structuur van het model.
Gegevensverzoek is de transactie waarmee brondata wordt opgevraagd. Het verwijst naar precies een grondslag, naar de betrokkene, naar de gevraagde scope en naar het patroon dat het volgt. De initiatiefnemer en de beantwoorder zijn beide rollen.
Levering is het resultaat, en is abstract. Gegevensset is de platte GBO-levering zonder juridische waarmerking. Attestatie is de gekwalificeerde verklaring voor de EUDI-wallet, als PubEAA of QEAA. Evidence is het bewijsstuk in de vorm die OOTS voorschrijft, met een verwijzing naar het SDG-evidence-type in het Evidence Broker.
Mapping legt vast hoe gegevenselementen uit een bron zijn omgezet naar de structuur die een leveringsvorm voorschrijft. De PSA benoemt die semantische mapping expliciet bij OOTS; dezelfde behoefte speelt bij EUDI-attestatieschema's. Door de mapping te benoemen blijft traceerbaar welk brongegeven achter een geleverd veld zit.
Openstaande punten¶
- De identificatie van een betrokkene zonder BSN loopt bij OOTS via identity matching op de eIDAS-attributen. Het matching-proces zelf is nog niet gemodelleerd; dat volgt zodra de OOTS-client verder is uitgewerkt.
- De mapping naar SDG-evidence-types en EUDI-attestatieschema's is nu een verwijzing per URI. Of de mapping-regels zelf in het model horen of in een aparte transformatiespecificatie, is nog open.
Rolstaat in dit schema omdat het voorzieningenmodel de eerste toepassing is. Zodra het kernmodel Rol nodig heeft (zie KREDIET-OQ-002 bijBorgstellingRol) hoort de klasse naarhoofdmodel.yamlte verhuizen.