Ga naar inhoud

Ontwerpprincipes

Ontwerpprincipes zijn de richtinggevende uitgangspunten voor alle keuzes bij het ontwerp van het semantisch raamwerk van GBO. Ze beschrijven waarom we iets op een bepaalde manier doen en vormen de toetssteen bij het maken van het begrippenkader en het informatiemodel.

Waar deze principes vandaan komen — welk PSA-ontwerpprincipe aan welk semantiek-principe ten grondslag ligt — staat in de overzichtstabel achteraan dit hoofdstuk.

S-01 — Data bij de bron

PSA: D-05 — Gegevens bij de bron — direct. Hier ook toegepast op de semantiek zelf: ook begrippen en definities kennen één bron.

Gegevens worden uitsluitend beheerd en gemuteerd bij de (authentieke) bron. GBO-Semantiek sluit aan bij het NORA-principe "eenmalige registratie, meervoudig gebruik" en bij het stelsel van basisregistraties: voor elk type gegeven is één bronhouder verantwoordelijk voor de kwaliteit, actualiteit en betekenis. Kopieën in data-lakes, caches, zoekindexen of read-models zijn toegestaan maar nooit gezaghebbend; zij ontlenen hun betekenis aan de bron en worden van daaruit geactualiseerd.

Wat betekent dit voor GBO-Semantiek?

  • Per objecttype is er één aangewezen authentieke bron (bronhouder)
  • Mutaties vinden uitsluitend plaats bij de bron; andere systemen nemen over, synchroniseren of cachen
  • Kopieën, caches en afgeleide representaties zijn toegestaan, maar nooit gezaghebbend
  • Ook de semantiek zelf (begrippen, definities, ontologie) wordt bij één bron beheerd en van daaruit hergebruikt

S-02 — FAIR als basisraamwerk

PSA: D-14 — Interoperabiliteit en D-08 — Pas toe of leg uit — direct. D-14 dekt Interoperable en Reusable, D-08 maakt Accessible concreet via verplichte open standaarden.

De FAIR-principes (Findable, Accessible, Interoperable, Reusable) vormen de overkoepelende basis voor alle ontwerpkeuzes rond data en semantische artefacten. NORA vertaalt deze principes expliciet naar de Nederlandse overheidscontext als architectuurprincipe 1.1: "Gegevens die kunnen worden gedeeld zijn vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar".

Voor ontologieën geldt dat FAIR niet alleen op data maar ook op de semantische artefacten zelf van toepassing is: de ontologie, het begrippenkader en de context-bestanden moeten zelf ook FAIR zijn.

De vier FAIR-dimensies vertalen zich concreet naar semantiek en informatiemodellen:

FAIR-principe Implicatie voor semantiek en informatiemodel
Findable Globaal unieke, persistente URI's voor alle modelelementen; publicatie in doorzoekbare catalogus
Accessible De-referenceable URI's via HTTP; content-negotiation (HTML voor mensen, Turtle voor machines)
Interoperable Formele taal (OWL, SHACL, SKOS); gebruik van gedeelde informatiemodellen; gekwalificeerde links
Reusable Rijke metadata bij artefacten; expliciete licenties; herkomst traceerbaar; conform domeinstandaarden

NORA stelt als implicatie van principe 1.1 dat "gegevens en hun metagegevens zijn voorzien van wereldwijd unieke en stabiele identificaties". GBO geeft hier invulling aan via een expliciete URI- en naamgevingsstrategie, die zorgt dat elk modelelement vindbaar, opvraagbaar en herbruikbaar is.

Wat betekent dit voor GBO-Semantiek?

GBO geeft vorm aan FAIR via een consistente URI- en naamgevingsstrategie:

  • Persistent: URI's veranderen niet na publicatie en gebruiken een stabiel domein, los van technische implementatie
  • Uniek: elke URI identificeert precies één ding; geen hergebruik voor meerdere concepten
  • Dereferenceerbaar: elke URI is opvraagbaar via HTTP met content-negotiation (HTML, Turtle, JSON-LD)
  • Onderscheid document vs. ding: aparte URI's voor een real-world concept en het document dat het beschrijft (via 303 redirect of #hash URI)
  • Leesbaar: URI-paden en elementnamen zijn betekenisvol; naamswijzigingen worden afgevangen met owl:sameAs
  • Naamruimte-consistent: één consistente naamruimte per artefacttype (ontologie, begrippenkader, context, instanties)
  • Rijke metadata: elk artefact heeft expliciete licentie, versie, herkomst en publicatiedatum
  • Formele talen: OWL, SHACL en SKOS voor machine-verwerkbaarheid

De concrete uitwerking staat in URI-strategie en Naamgeving.

S-03 — Modulariteit: generiek vs. use-case-specifiek

PSA: D-04 — Robuust, modulair en flexibel ontwerp en D-06 — Componentgebaseerd werken — direct. Dezelfde separation of concerns, maar toegepast op modelniveau in plaats van op componenten.

Informatiemodel en applicatieprofiel

Het OSLO-initiatief introduceert het patroon van vocabularia (generiek, herbruikbaar) versus applicatieprofielen (use-case-specifiek, beperkingen opleggen). Dit is een directe toepassing van het separation of concerns-principe: generieke kennis wordt een keer gedefinieerd en door meerdere applicatieprofielen hergebruikt.

Een applicatieprofiel kan nieuwe klassen en eigenschappen introduceren, maar uitsluitend binnen het eigen use-case-domein. Het profiel legt daarnaast beperkingen op (cardinaliteiten, waardelijsten) en combineert klassen uit meerdere informatiemodellen. De koppeling met de onderliggende generieke modellen loopt via expliciete relaties — overerving (rdfs:subClassOf), equivalentie of andere semantische verbanden — zodat de herkomst en samenhang traceerbaar blijven.

GBO past dit patroon toe:

  • Het generieke informatiemodel (GBO-kern) bevat klassen en attributen die over alle use cases heen geldig zijn
  • Applicatieprofielen per use case verfijnen het generieke model met specifieke beperkingen

Principes voor het begrippenkader

Het begrippenkader als SKOS-thesaurus volgt zeven principes. Drie daarvan zijn een verbijzondering van een PSA-principe; de overige vier zijn eigen aanvullingen zonder PSA-pendant.

S-04 — Begrippen-first

PSA: D-14 — Interoperabiliteit — direct. Semantische afstemming begint bij gedeelde begripsvorming.

NORA-principe 3.1 stelt dat "gemeenschappelijke begripsvorming het startpunt is": begrippen worden geëxpliciteerd voordat informatiemodellen worden gemaakt.

S-05 — Eén gezaghebbende definitie per begrip

PSA: D-14 — Interoperabiliteit — direct. Invulling van de eis van semantische eenduidigheid.

Elk skos:Concept heeft precies één skos:prefLabel per taal en één skos:definition; meerdere namen zijn synoniemen (skos:altLabel).

S-06 — Hiërarchische coherentie

PSA: geen. Eigen SKOS-regel; de PSA doet geen uitspraak over modelhygiëne.

skos:broader- en skos:narrower-relaties zijn transitief en mogen geen cycli bevatten.

S-07 — Expliciete scopeNotes

PSA: geen. Eigen SKOS-regel voor GBO-specifieke afbakening.

Gebruik skos:scopeNote voor het afbakenen van het gebruik van een begrip in de specifieke GBO-context, naast een algemene definitie.

S-08 — Scheiding begrip en waardelijst

PSA: geen. Eigen modelleerregel.

Gebruik skos:ConceptScheme voor begrippenkaders en aparte schemes voor codelijsten en enumeraties; vermeng ze niet.

S-09 — Koppeling aan bronwetgeving

PSA: geen. Eigen herkomsteis; volgt uit Reusable, niet uit een PSA-principe.

Leg via skos:exactMatch of dct:source vast welke wet of regeling aan de grondslag ligt van een definitie.

S-10 — Publiceer als Linked Data

PSA: D-08 — Pas toe of leg uit — direct. SKOS en RDF staan op de pas-toe-of-leg-uit-lijst.

Het begrippenkader is de-referenceable, conform NORA-principe 3.5: "Metagegevens zijn beschikbaar als Linked Data".

Wat betekent dit voor GBO-Semantiek?

  • Het informatiemodel verwijst naar het begrippenmodel
  • Eén gezaghebbende definitie per begrip; synoniemen via skos:altLabel
  • Hiërarchie is acyclisch; GBO-specifieke afbakening via skos:scopeNote
  • Begrippen en waardelijsten staan in aparte skos:ConceptSchemes
  • Herkomst uit wet- of regelgeving wordt expliciet vastgelegd via dct:source
  • Het begrippenkader wordt als Linked Data gepubliceerd

Principes voor het informatiemodel

S-11 — Minimale ontologische committering

PSA: D-01 — Decentraal wat kan, centraal wat moet — naar analogie. D-01 gaat over taken en voorzieningen; dezelfde subsidiariteitsgedachte is hier toegepast op modelinhoud.

Definieer in het generieke informatiemodel alleen wat door alle use cases gedeeld wordt. Het principe van minimal ontological commitment stelt: modeleer alleen wat noodzakelijk is en laat de rest open voor applicatieprofielen. Te veel beperkingen in het generieke model maakt hergebruik moeilijk.

Wat betekent dit voor GBO-Semantiek?

  • Alleen wat alle use cases delen, zit in het generieke model
  • Specifieke beperkingen horen thuis in een applicatieprofiel, niet in de kern
  • Bij twijfel: laat open in het generieke model en leg pas vast in het profiel

S-12 — Hergebruik boven herontwikkeling

PSA: D-13 — Standaardiseer waar mogelijk — direct. Vertaald naar hergebruik van MIM-conforme modellen en bestaande ontologieën.

Bestaande informatiemodellen en ontologieën worden hergebruikt boven het opnieuw ontwikkelen van dezelfde kennis. De LOT-methodologie (Linked Open Terms) formaliseert dit als kernprincipe.

Hergebruik van informatiemodellen

GBO bouwt voort op bestaande, MIM-conforme informatiemodellen in plaats van modellen from scratch te ontwikkelen:

Wat betekent dit voor GBO-Semantiek?

  • Hergebruik van bestaande MIM-conforme modellen gaat vóór herontwikkeling
  • Nieuwe termen worden alleen gedefinieerd waar geen passend bestaand alternatief is

S-13 — Versioning en evolutie

PSA: D-04 — Robuust, modulair en flexibel ontwerp — naar analogie. De PSA kent versiebeheer niet als eigen principe; de koppeling loopt via de eis dat een component onafhankelijk doorontwikkeld kan worden.

Modellen evolueren. GBO hanteert versiebeheer op twee niveaus:

Informatiemodel (MIM/UML)

Het informatiemodel volgt Semantic Versioning (MAJOR.MINOR.PATCH):

  • MAJOR, achterwaarts incompatibele wijzigingen (bijv. verwijderen of hernoemen van objecttypen)
  • MINOR, achterwaarts compatibele uitbreidingen (bijv. nieuwe objecttypen of optionele attributen)
  • PATCH, correcties zonder structuurwijziging (bijv. aangepaste definities of typfouten)

Elke versie wordt opgeslagen in een eigen map in de repository (/v0.1/, /v0.2/, etc.) en is daarmee onveranderlijk na publicatie.

Ontologie (OWL/RDF)

De gepubliceerde ontologie legt versie-informatie vast via standaard metadata-properties:

  • owl:versionInfo, het versienummer van de ontologie
  • dct:issued, de publicatiedatum
  • dct:modified, de datum van de laatste wijziging

Verouderde klassen en properties worden gemarkeerd met owl:deprecated in plaats van verwijderd, zodat bestaande data geldig blijft en verwijzingen niet breken. Dit garandeert dat historische JSON-LD payloads ook na een modelwijziging interpreteerbaar blijven.

Wat betekent dit voor GBO-Semantiek?

  • Het informatiemodel volgt Semantic Versioning (MAJOR.MINOR.PATCH)
  • Elke versie wordt onveranderlijk opgeslagen in een eigen map (/v0.1/, /v0.2/, ...)
  • De ontologie legt versie-informatie vast via owl:versionInfo, dct:issued en dct:modified
  • Verouderde elementen worden gemarkeerd met owl:deprecated en nooit verwijderd
  • Definities zijn in het Nederlands en gekoppeld aan het begrippenkader; conventies staan in Naamgeving

Herkomst: koppeling met de PSA

De GBO PSA stelt veertien ontwerpprincipes vast voor de architectuur als geheel. De semantiek-principes hieronder zijn daarvan de verbijzondering naar begrippenkader en informatiemodel; bij elk principe staat vermeld waar het vandaan komt.

Een koppeling is direct wanneer het semantiek-principe hetzelfde stelt als het PSA-principe, toegepast op semantiek, en naar analogie wanneer de PSA het onderwerp niet als eigen principe benoemt en alleen de redenering wordt overgenomen. Een deel van de principes is een eigen aanvulling zonder PSA-herkomst; die staan er ook in, zodat de tabel alle semantiek-principes toont.

# Semantiek-principe PSA-herkomst Koppeling
S-01 Data bij de bron D-05 Direct; hier ook toegepast op de semantiek zelf
S-02 FAIR als basisraamwerk D-14, D-08 Direct; D-14 dekt Interoperable en Reusable, D-08 maakt Accessible concreet
S-03 Modulariteit: generiek vs. use-case-specifiek D-04, D-06 Direct; separation of concerns op modelniveau in plaats van op componenten
S-04 Begrippen-first D-14 Direct; semantische afstemming begint bij gedeelde begripsvorming
S-05 Eén gezaghebbende definitie per begrip D-14 Direct; invulling van de eis van semantische eenduidigheid
S-06 Hiërarchische coherentie Geen Eigen SKOS-regel; de PSA doet geen uitspraak over modelhygiëne
S-07 Expliciete scopeNotes Geen Eigen SKOS-regel voor GBO-specifieke afbakening
S-08 Scheiding begrip en waardelijst Geen Eigen modelleerregel
S-09 Koppeling aan bronwetgeving Geen Eigen herkomsteis; volgt uit Reusable, niet uit een PSA-principe
S-10 Publiceer als Linked Data D-08 Direct; SKOS en RDF staan op de pas-toe-of-leg-uit-lijst
S-11 Minimale ontologische committering D-01 Naar analogie; subsidiariteit toegepast op modelinhoud
S-12 Hergebruik boven herontwikkeling D-13 Direct; vertaald naar MIM-conforme modellen en bestaande ontologieën
S-13 Versioning en evolutie D-04 Naar analogie; de PSA kent versiebeheer niet als eigen principe

Omgekeerd hebben zeven PSA-principes geen semantiek-pendant, omdat ze de architectuur en de uitvoering betreffen en niet de betekenis van gegevens: D-02 (ordening van het stelsel), D-03 (GDI-bouwstenen), D-07 (open source), D-09 (API-first) en D-10 tot en met D-12 (beveiliging, least privilege, aantoonbare veiligheid).